Het driedelig brein

  1. Je brein je psyche.[1]

Hebben psychische klachten met je brein te maken? Mijn antwoord op die vraag is een krachtig JA! De reden daarvoor is heel eenvoudig: je psyche is het product van je brein. Alle psychische processen zijn het resultaat van activiteit in je brein. Dat geldt voor de gedachten die door je hoofd gaan, de herinneringen die je hebt, gevoelens, en ook je dromen, zelfs je nachtmerries. Je brein is het orgaan dat je al deze ervaringen geeft. Zonder brein geen gedachten, geen geluksgevoel, geen dromen, en natuurlijk ook geen psychische stoornissen. Jouw brein is daarmee een zegen en een vloek. Het geeft je de mogelijkheid om te fantaseren, om te genieten, maar is ook in staat om de meest vreselijke horrorscenario’s te maken, en je met depressieve stemmingen te overladen. Het brein is de kweekvijver van je psyche, of misschien nog juister gezegd: je brein ís je psyche.

De meeste psychotherapieën geven nauwelijks aandacht aan de rol die het brein speelt bij psychische klachten. Ze zoeken de oorzaak van deze klachten in allerlei vage constructies als irrationele overtuigingen en schema’s, maar vergeten dat het brein de plek is waar alle ervaringen ontstaan. Als we je schedel zouden openen, dan zien we daar geen ‘denkmachine’ maar een vetachtige massa die ongeveer 3 pond weegt. In die hersenmassa vindt elektrische en chemische activiteit plaats, en die bepaalt uiteindelijk jouw gedrag. Dit is natuurlijk niet nieuw voor je. Je was het alleen even vergeten. Het idee, dat alle gedrag wordt gestuurd vanuit je brein, is het belangrijkste uitgangspunt van breingerichte psychotherapie. Dit uitgangspunt geven we als volgt weer:

A    —–>            B        —–>        C

situatie              brein                   consequenties

Je brein (B) is het orgaan dat reageert op de situaties (A) waarmee je wordt geconfronteerd. De reacties (C) kunnen we onderverdelen in fysieke reacties, gedachten, herinneringen, gevoelens en gedrag. Het zijn de consequenties van activiteit in je brein.

Je brein is een complex orgaan, dat we kunnen opdelen in drie systemen. Het oudste systeem is de hersenstam, dat ook het reptielenbrein wordt genoemd. Dit deel speelt een belangrijke rol bij allerlei overlevingsfuncties: de ademhaling, hartslag, en de voortplanting. Het is vooral bedoeld voor onmiddellijke overleving, en stuurt de vecht/vlucht/bevries-reactie aan. Een tweede hersensysteem noemen we het limbisch systeem. Het bevindt zich ergens in het midden van je brein, en wordt ook het zoogdierenbrein genoemd. Dit systeem speelt een centrale rol bij je emotionele en sociale functioneren. We spreken van zoogdierenbrein, omdat het je in staat stelt om je gevoelsmatig te hechten aan andere mensen. Het laatste, en typisch menselijke systeem noemen we de cortex. Ze ligt eigenlijk als een soort pannenkoek bovenop de andere twee. Van hieruit worden allerlei complexe functies aangestuurd, zoals denken, aansturing van je gedrag, de geheugenfunctie.

Deze drie hersensystemen werken nauw met elkaar samen en zijn gewoonlijk ook goed op elkaar afgestemd. Maar soms kunnen ze elkaar ook tegenwerken en ontbreekt deze afstemming. Dat is onder andere het geval bij enkele psychische stoornissen, zoals angststoornissen en verslavingen. Je zou kunnen zeggen, dat er dan in je brein een strijd wordt gevoerd, en dat je daar zelf meer de toeschouwer dan de regisseur bij bent. Bij breingerichte psychotherapie leer je, wat er in je brein gebeurt bij allerlei psychische klachten, en leer je hoe je dit proces op een positieve manier kunt beïnvloeden.

2. Gegijzeld door je reptielbrein?

Je brein kunnen we onderverdelen in verschillende delen, en het oudste gedeelte noemen we het ‘reptielbrein’. De officiële naam is hersenstam. Ze bestaat uit een verdikking van je ruggenmerg, en is het onderste deel van je brein. We noemen het reptielbrein, omdat het zo ongeveer alles is, waarmee een reptiel het moet doen. Je reptielbrein is letterlijk van vitaal belang. Het staat ten dienste van de twee belangrijkste levensdoelen: blijven leven, en het leven doorgeven. Je reptielbrein speelt dan ook een belangrijke rol bij je ademhaling, hartslag, spijsvertering, en je seksleven. Je reptielbrein doet zijn werk goeddeels op onbewust niveau. Dat is maar goed ook, want anders zou je er erg druk mee zijn. Maar het kan soms behoorlijk van zich laten horen. Je

reptielbrein is namelijk de motor van je stressreactie. Laten we eens kijken hoe dat precies gebeurt.

Als je brein gevaar waarneemt, dan wordt onmiddellijk het reptielbrein geactiveerd, en dit start dan de overlevingsprogramma’s op. Het zijn er drie: bevriezen, vechten en vluchten. We noemen het ook de fight/flight/freeze-reaction. De eerste reactie op een gevaar is bevriezen: je brein zet alle actie stil. De tweede reactie kan de aanval zijn. Bij vechten probeer je de dreiging uit te schakelen. Je bijt van je af. Als dit niks oplevert is er nog een plan C: wegvluchten! Als ook vluchten onmogelijk is, dan is bevriezen de enige oplossing. Het is een reactie waarbij je je terugtrekt uit je lijf en uit je brein. We komen deze reactie tegen bij mensen die een trauma hebben opgelopen. De fight/flight/freeze-reaction is een ingebouwde biologische reactie. Ze heeft directe gevolgen voor allerlei lichamelijke en psychische processen. Op lichamelijk niveau is sprake van een snelle energie-opbouw, die bedoeld is om te kunnen overleven. Je brein maakt daarbij gebruik van de hormonen adrenaline en noradrenaline, om de bijnieren aan te zetten om cortisol te produceren. Die cortisol is de doping die je lijf zelf aanmaakt. Ze geeft je een stoot extra energie, waardoor je in staat bent om een superprestatie te leveren. Enkele functies in je lichaam worden onmiddellijk uitgeschakeld: de spijsvertering en je seksleven. Als er gevaar is, is het niet de tijd om te eten of om te vrijen. Er telt dan ook nog maar een principe: zorg dat je overleeft!

De fight/flight/freeze-reaction heeft ook gevolgen voor je psychische functioneren. Je aandacht wordt volledig in beslag genomen door de dreiging, waardoor een bewustzijnsvernauwing optreedt. Bovendien wordt alles uitsluitend waargenomen als een potentiële dreging. Je gedachten staan daardoor sterk in het teken van dreiging. In extreme gevallen kun je volledig geblokkeerd raken, waardoor je gedachten op slot gaan.

Je reptielbrein kan te snel en te lang geactiveerd worden. Als het te snel geactiveerd wordt, raak je bij het minste of geringste in de stress. Er is dan maar weinig voor nodig om tot de aanval over te gaan. Zodra je telefoon gaat, kun je al hartkloppingen krijgen of beginnen te hyperventileren. Als je partner vraagt waarom je laat bent, kun je meteen in de aanval gaan. Als de klant een dag later is met de betaling, kun je op zoek gaan naar een deurwaarder. Je reageert alsof het leven een veldslag is. Als je reptielbrein te lang geactiveerd wordt, kan dit een bron zijn van vervelende klachten. Je kunt er maag- en darmklachten door krijgen, hartritmestoornissen, een hoge bloeddruk, en je immuunsysteem kan verzwakken. Bovendien kun je cognitieve problemen krijgen zoals vergeetachtigheid of zwakke concentratie.

Er is ook goed nieuws: je bent geen reptiel. Een reptiel heeft eigenlijk alleen maar een reptielbrein waarop het kan terugvallen. Jij hebt een brein dat ook nog andere mogelijkheden biedt. Het biedt je namelijk de mogelijkheid om actief in te grijpen als je door het ‘reptiel in je’ gegijzeld wordt. Hoe? Eigenlijk heel eenvoudig:

  • Ontspan. Je kunt een ontspanningsreactie oproepen door je ademhaling te vertragen. Adem kort in, en houd de lucht vast. Laat vervolgens de adem heel rustig weer ontsnappen. Een kalme ademhaling is een prima manier om van de overlevingsstand te schakelen naar de leef-stand. Blijf dit enige tijd doen, om je lichaam weer rustig te krijgen.
  • Rustgevende gedachten. Concentreer je op enkele rustgevende gedachten. Gedachten die je zelfbeheersing een boost geven, zoals ik kan dit aan, en ik heb mezelf in de hand. Daarmee activeer je een deel in je brein, dat tegengesteld is aan je reptielbrein: je rationele brein.
  • Stel jezelf een positief doel. Bepaal wat je wilt doen in de situatie, en maak daarvan een positieve voorstelling. Door middel van zo’n positieve visualisatie richt je je brein op iets positiefs.

Als je reptielbrein al lange tijd overuren maakt, dan kun je dit tot rust brengen door het volgende te doen:

  • yoga, mindfulness, tai chi. Neem lessen in deze ontspanningstechnieken en pas ze dagelijks toe
  • wandelen. Bewegen, onder andere wandelen, helpt om je geestelijk en lichamelijk te ontspannen. Doe dit dagelijks of in elk geval driemaal per week.
  • gezonde voeding. Kies ervoor om suikervrij en koolhydraatarm te eten.

2. Verbeter je relatie met je zoogdierbrein

Jouw brein is uit verschillende lagen opgebouwd. Ze zijn het resultaat van de evolutie die het heeft doorlopen van relatief primitieve organismen naar uiteindelijk de mens. De onderste laag noemen we het reptielbrein. Het heeft eigenlijk uitsluitend een functie bij de directe overlevingsfuncties. De tweede laag, het limbisch systeem, ligt hier als een gordel (limbus) overheen. Het wordt ook het zoogdierbrein genoemd. Het speelt een belangrijke rol in je gevoelsleven en sociale functioneren. Reptielen zijn geen sociale dieren. Ze brengen de meeste tijd alleen door, en zoeken elkaar alleen op voor de voortplanting. Die voortplanting is ook weer een anoniem gebeuren. Er is geen sprake van verliefdheid of hechting. Zoogdieren zijn wel sterk op elkaar gericht, en hun gedrag daarbij wordt beïnvloed door gevoelens. In je brein is ook een zoogdier actief: het zoogdierbrein. De belangrijkste kernen ervan zijn de thalamus, amygdala en de hippocampus. De thalamus heeft een receptiefunctie in je brein. Alle binnenkomende informatie wordt hier verzameld en doorgestuurd naar andere gebieden in je brein, onder andere de amygdala. Dezemaakt een snelle screening van de binnenkomende informatie, en zet de

toon voor de emotionele reactie. Dat doet ze zonder tussenkomst van je bewuste wil. De Amygdala bepaalt of de binnenkomende informatie veilig of onveilig is, aantrekkelijk of onaantrekkelijk, en heeft daarbij tevens oog voor seksuele aantrekkelijkheid. Zij start onmiddellijk emotionele reacties op, en is daarmee de startknop van veel emoties: angst, walging, blijdschap, seksuele opwinding. Omdat je amygdala een snelheidsduivel is, maakt ze een inschatting voordat je dit zelf hebt gedaan. Je kunt daardoor al paniek voelen, voordat je goed en wel weet wat er gaande is. De hippocampus (ook zeepaardje genoemd) speelt een belangrijke rol bij het onthouden van informatie. Ze zorgt ervoor dat indrukken worden opgeslagen in je geheugen. Je kunt haar zien als een soort wikipedia van je brein. Overigens wordt die informatie niet allemaal daar opgeslagen, maar heeft je hippocampus vooral een coördinerende taak. Ze weet, waar deze zit.

Omdat jouw zoogdierbrein een belangrijke rol speelt bij het opstarten van je emoties. heeft het nauwe verbindingen met de rest van je lichaam, onder andere je darmen. Ofschoon je gevoelens wel in je brein worden opgestart, zijn ze het resultaat van allerlei processen in je lijf. We spreken in dat verband ook wel van gut feelings, berichten vanuit je ingewanden. In onze kultuur leren mensen vaak, om hun gevoelens te wantrouwen. Je moet dingen weten, en je niet laten leiden door zo iets vaags als intuïtie. Zo’n wantrouwen is niet terecht. Veel beslissingen die je neemt, zijn namelijk gevoelsbesluiten. Sterker nog, als je geen gevoelens hebt, ben je waarschijnlijk niet in staat om beslissingen te nemen. Toch kunnen gevoelens soms een raadsel voor je zijn. Je kunt angst voelen, terwijl daar ogenschijnlijk geen reden voor is. Of kunt last hebben van depressieve stemmingen, terwijl het je voor de wind gaat. Op deze momenten neemt het zoogdierenbrein een loopje met je, en je amygdala is daarbij een belangrijke boosdoener. Zij maakt een verkeerde screening, en daardoor verloopt het ook fout in de rest van je brein. Althans… als je niet actief ingrijpt. Emotionele stoornissen kun je onder andere verhelpen, door inzicht te krijgen wat er in je (emotionele) brein gebeurt, en het actief bij te sturen. Een kwestie van brein-management dus. Hoe?

De eerste stap is luisteren naar je brein: brain listening. Je emotionele brein geeft verkeerde brein-boodschappen af, en die moet je achterhalen. Geef daarvoor gericht aandacht aan de redeneringen die je brein volgt. Of anders gezegd, achterhaal de logica van je gevoel.

De tweede stap is je brein instrueren: brainwhispering. Welke redenering of regel wil je, dat je brein gaat volgen? Als je die hebt vastgesteld, is het zaak om je brein daar actief mee te voeden. Zoals de handleiding van je tv jou instrueert, hoe je aansluiting krijgt op het net, kun je je brein (en dan vooral je amygdala) instrueren hoe het moet gaan denken. Een kwestie van herprogrammeren.

Die herprogrammering is helaas niet een kwestie van ‘even doen’. Het is een kwestie van blijven doen. Er moet namelijk iets veranderen in de neurale netwerken van je brein. Je brein moet nieuwe verbindingen aanmaken, en dat is vooral een zaak van repeteren.  Bij breingerichte psychotherapie[2] krijg je enkele technieken aangereikt, die je in staat stellen om dit proces succesvol te doorlopen.

4. Je rationele brein

Als we praten over het brein, dan denken we meestal aan wat we de cortex noemen. Je brein bestaat uit drie lagen, en de cortex is daarvan de bovenste. Zij is gewelfd, omdat ze anders niet in je schedel zou passen. We delen de cortex op in kwabben die elk een eigen specialisatie hebben. Laten we een korte reis door je cortex maken. De achterhoofdskwab is de plek waarmee je kunt zien. Ze staat in verbinding met je ogen, of beter gezegd: je ogen zijn uitstulpingen van je achterhoofdkwab. Je ziet niet wat buiten je gebeurt, maar je ziet het plaatje dat je achterhoofdkwab maakt. Waarschijnlijk is dat plaatje niet compleet, en selecteert je brein. Die selectie vindt al plaats in je ogen. De temporaalkwab heeft als specialisatie: gehoor, taal en geheugen. Beschadiging ervan kan leiden tot taal- en spraakproblemen zoals afasie. De pariëtaalkwab die onder je kruin zit, is de specialist in ruimtelijke oriëntatie (waar ben ik?) en is de plek waar alle lichamelijke indrukken (tast en pijnsensaties) binnenkomen. Ze combineert deze informatie en zorgt ervoor dat je je stabiel kunt

voortbewegen. Dan hebben we nog de frontaalkwab, het pronkstuk van de cortex. De frontaalkwab heeft namelijk een heel speciale functie: redeneren. We noemen de frontaalkwab daarom ook het rationele brein. Lange tijd werd gedacht dat dit vermogen alleen voor mensen is weggelegd.  Maar inmiddels is duidelijk, dat dit niet het geval is. We kunnen wel stellen, dat de mens als soort de grootste frontaalkwab heeft. Je frontaalkwab zorgt voor de aansturing van je gedrag en is het coördinatiecentrum. In het voorste deel (de prefrontaalkwab) zitten de executieve functies opgeslagen. Deze stellen het brein in staat om zichzelf te reguleren: impulscontrole (het onderdrukken van emoties), werkgeheugen (informatie vasthouden), aanpassing aan verandering (flexibiliteit), en vooruitdenken (planning). Je zou de prefrontaal cortex kunnen zien als de directiekamer van je brein. Alle informatie uit de andere hersendelen en kwabben komen erbinnen, en de directie kan op de binnenkomende berichten een beleid uitstippelen. Of dat beleid dan ook weer wordt uitgevoerd, is niet altijd duidelijk.

Je frontaalkwab heeft twee kwaliteiten, die haar erg interessant maken. Allereerst zit er een soort verhalen-maker in. Je gedrag is niet altijd even logisch en consistent. Dat is lastig voor je brein, en daarom probeert de verhalen-maker orde op zaken te stellen. Hij maakt van de dingen die je doet een logisch geheel, zodat je je leven kunt beschrijven als een verhaal. Als iemand je de vraag stelt ‘Wie ben je nou eigenlijk?’, dan komt dat verhaal er netjes uit. Die verhalen-maker kan natuurlijk alleen zijn werk goed doen, door selectief te zijn en door leugentjes om bestwil te gebruiken. Wij ervaren onszelf daardoor als rationele wezens, terwijl we dat niet echt zijn. Dit valt ons bij onszelf niet op. Wel bij andere mensen, en dan vooral bij mensen die we gestoord noemen. Dat is misschien jammer, maar zo is uiteindelijk ook de psychologie ontstaan. Psychologen gingen de vreemde reacties van andere mensen onderzoeken, niet die van henzelf. Je frontaalkwab is ook in staat, om vragen te stellen die onbeantwoordbaar zijn. Een voorbeeld daarvan is de vraag: Wat is de zin van mijn leven? Het is zeer de vraag of er een bedoeling achter de evolutie zit, althans een bedoeling die verdergaat dan leven zelf. Maar op de een of andere wijze is dat iets waar je brein geen genoegen mee neemt. Het blijft zich pijnigen met een vraag, die geen algemeen antwoord kan opleveren[3]. De verknochtheid aan een diepere zin heeft tot gevolg, dat het leven voor ons een raadsel is en blijft, waar je als mens een eigen antwoord op moet geven. En dan is het plezierig om te weten, dat je brein je in staat stelt om je daar een leven lang mee bezig te houden. Tijdens dit leven dus geen reden voor verveling.


[1] breingerichte psychotherapie is de korte naam voor brainbased cognitieve gedragstherapie (bb-cgt). Zie www.brainbasedcognitivebehaviortherapy.nl

[2] Voor informatie zie: www.brainbasedcognitivebehaviortherapy.nl

[3] Tenzij we daarvoor terugvallen op een ‘hoger principe’ zoals een hogere macht of een leven na dit leven.